
Omdat het standaard IEC 60870-5-104 protocol geen ingebouwde encryptie heeft, bespreken we in dit artikel specifiek hoe je jouw verbindingen toch veilig houdt.
EC 60870-5-104 beveiliging is een uitdaging als je installaties op afstand wilt beheren. Het protocol is ontworpen in een tijd dat OT-netwerken gesloten waren en security nauwelijks een rol speelde. Tegenwoordig hangt alles aan IP-netwerken en internet, en wordt remote toegang bijna standaard van je verwacht.
Hoe zorg je dan voor een veilige, versleutelde verbinding zonder je bestaande IEC 60870-5-104 installaties ingrijpend te hoeven aanpassen? In dit artikel nemen we je stap voor stap mee.
Wat is IEC 60870-5-104 en waarom is beveiliging een probleem?
Als je met IEC 60870-5-104 beveiliging aan de slag gaat, is het belangrijk om eerst te begrijpen hoe het protocol werkt en waar de zwakke plekken zitten.
IEC 60870-5-104 is een telecontrol-protocol voor communicatie tussen:
- veldapparatuur (RTU’s, gateways, IED’s)
- en centrale systemen (SCADA, dispatching centers)
-> Een uitgebreide technische beschrijving van het IEC 60870-5-104 protocol vindt je in onze IEC 60870-5-104 documentatie.
De ‘-104’ variant draait bovenop TCP/IP. Dat is handig voor integratie met moderne netwerken, maar het brengt direct een belangrijk nadeel met zich mee:
- IEC 60870-5-104 heeft zelf geen ingebouwde versleuteling.
Er is geen standaard TLS, geen integrale authenticatie of integriteitscontrole zoals je die kent van moderne IT-protocollen.
Gevolg:
Zodra je 104-communicatie buiten een strikt afgeschermd intern netwerk brengt (bijvoorbeeld naar de cloud of over het internet), moet je zelf extra beveiligingslagen toevoegen.
Dreigingen rond IEC 60870-5-104
Zonder aanvullende beveiliging loop je bij IEC 60870-5-104 onder meer deze risico’s:
- Afluisteren (sniffing)
Verkeer is plain text. Een aanvaller die netwerkverkeer kan onderscheppen, kan meetwaarden, commando’s en soms zelfs configuratiegegevens uitlezen. - Man-in-the-middle-aanvallen
Verkeer kan worden gemanipuleerd en doorgestuurd, terwijl beide kanten denken met een legitieme partij te praten. - Spoofing en ongeautoriseerde commando’s
Zonder sterke authenticatie is het mogelijk dat een aanvaller zich voordoet als een remote station of controlecentrum. - DoS/DDoS-aanvallen
IEC 60870-5-104 apparaten zijn vaak niet ontworpen om grote hoeveelheden malafide verkeer af te handelen. Beschikbaarheid kan daardoor eenvoudig in gevaar komen. - Laterale beweging in het OT-netwerk
Zodra een aanvaller via een zwakke plek binnenkomt, kan hij zich soms vrij bewegen naar andere kritieke systemen.
Daarom is IEC 60870-5-104 beveiliging niet alleen een kwestie van “iets versleutelen”, maar van een complete beveiligingsarchitectuur.
Beveiligingsprincipes voor IEC 60870-5-104
Voordat we naar concrete oplossingen gaan, is het belangrijk om de basisprincipes te benoemen:
- Defense in depth
Niet vertrouwen op één enkele beveiligingslaag (bijv. alleen een firewall), maar meerdere verdedigingslinies combineren. - Segmentatie van OT en IT
Houd controle-netwerken gescheiden van kantoor- en internetnetwerken, bijvoorbeeld met VLAN’s, firewalls en een DMZ. - Least privilege & need-to-know
Alleen toegang geven tot die systemen en functies die echt nodig zijn voor de taak. - Zero trust-benadering
Ga er niet vanuit dat verkeer binnen het “interne netwerk” automatisch betrouwbaar is; controleer identiteit en rechten actief. - Monitoring en logging
Zorg dat je afwijkingen in IEC 60870-5-104 verkeer en in login-activiteiten kunt detecteren en onderzoeken.
Opties voor een versleutelde verbinding
Omdat IEC 60870-5-104 zelf geen encryptie kent, moet de versleutelde verbinding buiten het protocol worden gerealiseerd. De twee meest gebruikte benaderingen:
1. VPN-tunnel rond IEC 60870-5-104
Een veel toegepaste oplossing is om IEC 60870-5-104 verkeer door een VPN-tunnel te sturen, bijvoorbeeld met IPsec of OpenVPN/WireGuard.
Werking in het kort:
- Aan de veldzijde plaats je een industriële router/gateway met VPN-functie.
- Aan de centrale zijde (datacenter of cloud) staat een VPN-concentrator / gateway.
- Tussen die twee wordt een versleutelde tunnel (site-to-site of client-to-site) opgezet.
- Binnen die tunnel loopt “gewoon” IEC 60870-5-104 verkeer.
Voordelen:
- Sterke versleuteling (afhankelijk van de gekozen VPN-technologie).
- Bestaande IEC 60870-5-104 apparatuur hoeft vaak niet aangepast te worden.
- Schaalbaar: meerdere stations kunnen via één centrale VPN-terminatie ontsloten worden.
Aandachtspunten:
- Beheer van certificaten en sleutels is cruciaal.
- Zorg voor duidelijke segmentatie binnen de VPN (dus niet: “alles in één platte VPN-laag”).
- Stel precieze firewallregels in: welk IP mag met welk station communiceren en op welke poorten?
2. End-to-end-versleuteling via gateways (bijv. TLS)
Een andere aanpak is om aan de rand van het OT-netwerk een security gateway te plaatsen die:
- aan de veldkant IEC 60870-5-104 spreekt;
- aan de andere kant versleuteld communiceert (bijvoorbeeld via TLS of een ander beveiligd protocol) richting SCADA of cloud.
Voordelen:
- Je creëert een duidelijke scheiding tussen “onbeveiligd intern 104” en “beveiligd extern verkeer”.
- Integratie met moderne IT- of cloud-oplossingen wordt eenvoudiger, omdat die vaak standaard TLS begrijpen.
Aandachtspunten:
- De gateway wordt een cruciale beveiligingscomponent; hoge betrouwbaarheid en goed beheer zijn vereist.
- Let op performance: encryptie kost rekenkracht.
Netwerkarchitectuur: zo beperk je het risico
IEC 60870-5-104 beveiliging is niet alleen techniek in de verbinding, maar ook hoe je het netwerk opbouwt.
Segmentatie en DMZ
Een veelgebruikt patroon:
- OT-netwerk
Hier zitten de IEC 60870-5-104 apparaten (RTU’s, stations, etc.). Dit netwerk is strikt afgeschermd. - DMZ (demilitarized zone)
Hier plaats je onder andere:- VPN-terminatie
- Security gateways
- Historian/collectors die data doorzetten naar de IT-wereld
- IT-netwerk / kantoor / cloud
Gebruikers, dashboards, rapportages, enzovoort.
Tussen deze zones zitten strikt geconfigureerde firewalls met:
- alleen noodzakelijke poorten open (zoals TCP-poort 2404 voor 104, indien nodig);
- whitelisting van IP-adressen waar mogelijk;
- inspectie en logging.
Authenticatie en toegangsbeheer
- Gebruik sterke authenticatie voor remote operators en engineers (bij voorkeur 2FA).
- Zorg voor rolgebaseerde toegang (operator, engineer, beheerder) met duidelijke rechten.
- Documenteer wie toegang heeft tot welke installatie en via welke weg.
Stappenplan: IEC 60870-5-104 beveiliging in de praktijk
- Inventariseer je omgeving
- Welke IEC 60870-5-104 apparaten heb je?
- Waar staan ze (locaties, netwerken)?
- Hoe loopt de communicatie nu (paden, routers, firewalls)?
- Bepaal de gewenste use cases voor remote toegang
- Alleen monitoring?
- Ook besturing (commando’s)?
- Onderhoud door externe partijen?
- Kies je beveiligingsarchitectuur
- VPN-tunnel + segmentatie
- Security gateways met versleutelde uplink
- Of een combinatie
- Implementeer versleuteling en segmentatie
- Richt VPN- of TLS-verbindingen in.
- Scheid OT-, DMZ- en IT-netwerken met firewalls.
- Stel strikte regels in voor wie met wie mag praten.
- Test met een beperkt aantal installaties
- Valideer performance (latency, bandbreedte).
- Verifieer dat alle benodigde functies (alarmering, commando’s, tijdsynchronisatie) blijven werken.
- Rol gefaseerd uit en borg beheer
- Patchmanagement voor gateways en routers.
- Certificaatbeheer en rotatie van sleutels.
- Monitoring en logging inrichten.
Veelgemaakte fouten bij IEC 60870-5-104 beveiliging
Enkele valkuilen die je beter kunt voorkomen:
- IEC 60870-5-104 rechtstreeks op internet publiceren
Bijvoorbeeld door simpelweg poort 2404 te forwarden naar een RTU. Dit is extreem risicovol. - Geen scheiding tussen OT en IT
Eén groot vlak netwerk maakt het een aanvaller heel gemakkelijk zich lateraal te verplaatsen. - VPN zien als enige beveiliging
Een VPN zonder goede segmentatie, logging en toegangsbeheer is slechts een gedeeltelijke oplossing. - Geen aandacht voor beheer
Verlopen certificaten, nooit geüpdatete firmware en onbekende configuratiewijzigingen zijn op termijn een groot risico.
Conclusie: IEC 60870-5-104 beveiliging is haalbaar, mits goed doordacht
IEC 60870-5-104 beveiliging vraagt om een combinatie van:
- versleutelde verbindingen (bijvoorbeeld via VPN of TLS-gateways);
- netwerksegmentatie en firewalls tussen OT, DMZ en IT;
- strak toegangsbeheer en monitoring.
Het goede nieuws:
In veel gevallen kun je je bestaande IEC 60870-5-104 installaties blijven gebruiken en de beveiliging eromheen organiseren. Zo maak je remote toegang veilig, zonder een complete vervanging van je veldapparatuur.
Wil je:
- Je eigen omgeving laten beoordelen?
Vraag een (gratis) IEC 60870-5-104 security quickscan aan. - Zien hoe wij dit bij andere klanten oplossen?
Lees onze cases over OT- en IEC 60870-5-104 projecten. - Eerst meer over ons weten?
Maak kennis met ons team en onze achtergrond op de pagina Over ons.
Kies wat nu het beste bij je past; je zit nergens aan vast.




